Het kampioenschap bestaat uit zes racedagen op verschillende buitenbanen. Elke racedag bestaat uit een vrije training van 6 minuten en 3 individuele sprintraces van 10 minuten. Elke rijder start een race voorin, een race achterin en een in het middenveld. De startopstelling van de eerste race van de dag wordt bepaald door de volgorde van inschrijving, de snelste inschrijver start op pole position voor race 1.

De kart voor de vrije training is dezelfde kart waarmee je race 1 rijdt. Controleer de kart op duidelijke mechanische defecten. Na de vrije training  kan de kartbaan eventueel karts wisselen. Een kartwissel is daarna in principe niet meer mogelijk, tenzij er duidelijk een nieuw defect optreedt. Voor race 2 en 3 loot elke rijder een andere kart. Er wordt gereden in 2 groepen.

Opzet racedag:
Ontvangst en rijdersbriefing

Vrije training – 6 minuten – Groep 1, groep 2.
Race 1 – 10 minuten – Groep 1, groep 2.
Race 2 – 10 minuten – Groep 1, groep 2.
Race 3 – 10 minuten – Groep 1, groep 2.

De rijder die na de drie races het meeste punten heeft verzameld is de dagwinnaar. De kampioen is degene die na zes racedagen de meeste punten achter zijn/haar naam heeft. Van elke rijder wordt de racedag met de laagste score geschrapt uit het klassement.

Algemeen reglement

1. Voor elke race wordt een deelnemer aan de Outdoor Sprint Cup aangewezen tot tijdelijke official. Een rijder uit groep 1 zal toezicht houden op groep 2 en omgekeerd. De official zal toezien op sportief rijgedrag en bij onregelmatigheden kan hij/zij een strafpunt uitdelen, een ‘gele kaart’ als het ware. De organisatie van de OSC verzamelt alle punten en bij drie strafpunten wordt een tijdstraf van 10 seconden bovenop de laatst verreden race opgeteld. Punten blijven gedurende het seizoen actief en net als in alle andere sporten heeft de scheidsrechter altijd gelijk.

2. De lokale kartbaan is bevoegd om straffen uit te delen voor onsportief rijgedrag. Ook hierop kan geen bezwaar worden gemaakt.

3. De organisatoren van de Outdoor Sprint Cup zijn verantwoordelijk voor het kampioenschap, maar zijn geen wedstrijdleider van de races. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de lokale kartbaan en bij de aangewezen official van de OSC. Race-gerelateerde vragen dienen aan de wedstrijdleider van de kartbaan gesteld te worden.

4. Via het inschrijfformulier dien je jouw voorkeur voor een groep aan te geven. De organisatie zal dan rekening houden met je voorkeur, maar het kan voorkomen dat je in een andere groep wordt ingedeeld om de groepen gelijk te houden. Vaste rijders blijven uiteraard in hun eigen groep.

5. Vooraf worden aselect drie verschillende karts per rijder geloot. De eerste kart gebruik je zowel voor de vrije training als voor de eerste race.

6. In het kampioenschap mag er 1 volledige racedag geschrapt worden. Het gaat hier om een volledige dag en niet om drie losse races verspreid over het seizoen.

7. De standaarduitrusting bestaat uit een goed passende helm met vizier, overall, schoenen tot boven de enkels en handschoenen. Mocht je niet zelf in het bezit zijn van enkele spullen, dan kan je deze bij de betreffende kartbaan kosteloos lenen.

8. Minimale leeftijd is 16 jaar. Bij uitzonderingen kan dispensatie worden aangevraagd.

Puntentelling

In de Outdoor Sprint Cup wordt in twee groepen gereden (Ervaren en minder ervaren), elk met een eigen klassement. Voor beiden groepen gelden dezelfde regels en puntentelling. Elke positie winst is 1 punt waard tot een maximum van 20 punten voor de winnaar.

1e = 20 punten
2e = 19 punten 
3e = 18 punten 
4e = 17 punten 

19e = 2 punten 
20e = 1 punt 
21e en lager = 0 punten